Skip naar de inhoud

Tour de Force wil gesprek aan gaan met partijen buiten de mobiliteitssector: “Fietsen is geen doel, maar een middel”

‘We moeten het gesprek aangaan met met partners uit de onder andere de bouw, de gezondheidszorg en de welzijnssector,’ zegt programmamanager Ronald de Haas van Tour de Force, het samenwerkingsverband van overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten dat het gebruik van de fiets wil stimuleren. De Haas: ‘We moeten er meer op focussen dat de fiets een middel dat kan helpen bij de oplossing van talloze maatschappelijke opgaven.’

Overzicht

Datum: 3 juni 2026

Ruim tien jaar geleden werd Tour de Force opgericht vanuit de behoefte aan een informeel samenwerkingsverband van overheden, bedrijven, kennisinstituten en maatschappelijke organisaties die graag zouden zien dat de fiets een belangrijkere rol in de samenleving speelt: 24 in totaal. Fietsen, zegt De Haas, moest een “volwaardig en integraal onderdeel worden van de mobiliteitsoplossingen” in Nederland. ‘In die tien jaar hebben we heel wat bereikt. Als er nu over het mobiliteitssysteem wordt gesproken, hoort de fiets als vanzelfsprekend bij. Dat was toen Tour de Force begon zeker niet zo.’

Nationaal Toekomstbeeld Fiets

In 2022 kwam Tour de Force naar buiten met het Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF), waarin meer fietsen als essentiële component werd gepresenteerd bij de aanpak van zeven ruimtelijke en maatschappelijke opgaven: bereikbare, aantrekkelijke steden, een bereikbaar landelijk gebied, (versnelde) woningbouw, een gezond en gelukkige bevolking, beperking van de klimaatverandering, een stikstofarme omgeving en een inclusieve samenleving. Dat er meer gefietst zou gaan worden, moest volgens het NTF worden gerealiseerd  langs 3 pijlers: fietsnetwerken, fiets parkeren en fietsen stimuleren.

En in 2017 was er al een SMART-doelstelling geformuleerd: in 2027 zouden er 20 procent meer fietskilometers gemaakt moeten worden. ‘Zo’n doelstelling is mooi,’ zegt De Haas, ‘maar fietsen is geen doel, maar een middel. We moeten dus ook meer vanuit dat perspectief gaan denken; waar kan de fiets allemaal aan bijdragen en hoe kunnen we dat realiseren?’ Op dit moment wordt bijvoorbeeld vijftig procent van de ritjes tot 7,5 kilometer nog met de auto gedaan. Als mensen voor die korte ritjes vaker de fiets zouden pakken, dan maakt dat voor het aantal fietskilometers niet eens zoveel uit, maar het komt b.v. wel ten goede van de gezondheid van mensen.’

Uitvoeringsagenda NTF

Op dit moment is Tour de Force bezig met het maken van de Uitvoeringsagenda NTF. Deze is eind dit jaar gereed. De Uitvoeringsagenda NTF brengt focus in de uitvoering van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets.  De Haas: ‘Het geeft concrete voorbeelden van de fiets als slimme en toegankelijke oplossing bij de aanpak van maatschappelijke opgaven en geeft zo richting aan hoe de fiets kan worden ingezet op verschillende beleidsterreinen. We laten zien wat je allemaal aan maatschappelijke effecten kunt bereiken als je inzet op meer fietsgebruik.’

Ook, zegt hij, ‘is het een soort landkaart voor de monitoring van de voortgang, zodat we weten of we op de goede weg zijn.’ Zo is het wenselijk, zegt de programmamanager, dat we beter inzicht hebben in wat er in de verschillende regio’s gebeurt. ‘Stel dat het rijk een subsidieregeling heeft voor doorfietsroutes en de ene regio krijgt meer dan een andere, kunnen we dan ook beargumenteren dat dat effectiever is?. Daar proberen we met de Uitvoeringsagenda meer inzicht in te krijgen. Misschien is het wel beter om in specifieke regio’s te investeren of juist om alle regio’s evenveel geld te geven.’

Het besef dat de fiets een middel is dat veel bredere maatschappelijke effecten heeft, zegt De Haas, ontbreekt nog bij veel mensen en ook bij bestuurders. ‘Mijn streven is dan ook dat we niet zozeer met fietsprofessionals praten en aanwezig zijn op fietscongressen, maar dat we met een heleboel andere mensen in gesprek komen, uit het veld van gezondheid en welzijn bijvoorbeeld en dat we de voordelen en kennis van fietsen inbrengen op andere congressen.’